Australie

De eerste druivenstokken in Australie kwamen van Kaap de Goede Hoop, waar de hollanders al in de zeventiende eeuw wijngaarden hadden aangelegd. De eerste gouverneur van Australie, Arthur Philip, nam ze in 1788 onderweg mee.
De plaats van aanplant was helaas niet zo geschikt door de rijke grond en een te vochtig klimaat (voor de wijnbouw een een slechte combinatie). De tweede poging, nu in de buurt van Sydney, had meer succes.
Om de wijn te maken stuurde moederland Engeland (op een verzoek om technische bijstand van de gouverneur) een paar Franse krijgsgevangen naar de zuidelijke kolonie. Helaas wisten deze niets van het maken van wijn. Pas later kwam de wijnbouw goed van de grond en werden overal in het zuidoosten van Australie druivenstokken aangeplant.
De reden dat de Engelsen wijnbouw zo stimuleerden was om de consumptie van rum tegen te gaan. Wijn, dat minder aloholrijk is, vond men een minder schadelijk alternatief. Pioniers van de wijnbouw in dit eerste gebied (Hunter Valley) waren James Busby en George Wyndham.
Een ander wijgebied, Barossa Valley bij Adelaide, werd door Duitse immigranten ontgonnen.
Als Engelse kolonie en als onderdeel van het Britse Gemenebest maakte Australie eerst voornamelijk lichtzoete, versterkte wijnen voor de Engelse markt.
Terwijl overal ter wereld een trend ontstond naar elegantere, minder zware wijnen, bleef Australie lang hangen bij dit oudewetse type wijn.
