Médoc

Het sub-district de Médoc is het belangrijkste wijngebied van de Bordeauxstreek. Het is een smalle landstrook van 80 km lengte en een breedte van ongeveer 15 km, liggend tussen Verdon in het noorden en Blanquefort in het zuiden. De Médoc moet het niet hebben van zijn landschappelijke schoonheid, de bijzonderheid zit in de wijn.
Er wordt een onderverdeling gemaakt in een noordelijk en zuidelijk deel, respectievelijk de (Bas) Médoc, waarvan Lesarre het centrum is en de Haut-médoc. De gehele streek is met 7000 ha wijnstokken aangeplant, met een gemiddelde obrengst van 40 hl per ha.
Uit de (Bas) Médoc komen de gewone AC Médocwijnen en een kwart van de Crus Bourgeois, die zeer de moeite waard kunnen zijn.
De Haut-Médoc biedt ons wijnen die tot de mooiste van de wereld worden gerekend.
De wijnstokken zijn aangeplant op hellingen en terrassen, die bestaan uit kiezel, grind, kalksteen, klei, mergel en zand. Ze zijn goed afwaterend en de overdag opgeslagen warmte in de keien, wordt 's nachts afgegeven aan de wijnranken. Dit is belangrijk voor de rijing van de druiven.
Voor het merendeel zijn de wijngaarden aangeplant met de cabernet sauvignon, aangevuld met de cabernet franc, petit verdot en merlot.
Door de tradionele manier van vinificatie en de lagering van de wijn op eiken vaten, ontstaan er klassieke wijnen, die gebaat zijn met enige jaren tot enkele tientallen jaren opleg.
De smaak van deze rode wijnen is vlezig, rond, verfijnd, evenwichtig en heel karakteristiek.
De Médoc heeft wat zijn herkomst betreft een indeling van laag naar hoog voor zijn wijnen, dit zijn: de twee regionale Appellation Contrôlée Médoc en appellation Contrôlée Haut-Médoc en de gemeente Appellations.
In de Haut-Médoc zijn zes gemeenten die deze Appellation mogen gebruiken, van noord naar zuid zijn dit: Saint-Estèphe, Pauillac, Saint-Julien, Listrac, Moulis en Margaux.
Naast deze indeling op herkomst is er ook één gemaakt op kwaliteit. Ter gelegenheid van de Parijse wereldtentoonstelling in 1855 werden door een aantal gereputeerde wijnmakers een lijst opgesteld van 61 wijnen onderverdeeld in vijf klassen. De classificatie was gebaseerd op de prijzen die de handelaren er in de voorafgaande honderd jaar voor hadden betaald, de toppers dus.
Dit zijn wijnbezittingen die onder hun eigen naam opereren, met als voorvoegsel Domaine of Château.
Men maakte een onderscheid in 5 klassen, de zogenaamde Classification des Grands Crus Classés du Médoc. In deze lijst is na al die jaren maar één wijziging aangebracht: Mouton-Rotschild promoveerde in 1973 van Deuxième naar premier Cru.


